'Profeteren in de bus'
Woord voor vrijdag 3 april 2026
door Sander Hooijer
Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend.
1 Korintiërs 14 :3 nbv 21
In de bus, op weg naar Schiphol zat ik naast een Afrikaanse man. De Heer gaf me de vrijmoedigheid om met hem in gesprek te gaan. Hij leek een beetje boos uit zijn ogen te kijken, maar gaandeweg het gesprek klaarde zijn gezicht steeds verder op. Zijn hart ging open. De man was een broeder die wekelijks een kerk bezocht in Amsterdam. Hij had altijd al geloofd, van kinds af aan. De Heer gaf me, nadat ik mocht vertellen hoe ik vroeger tot geloof was gekomen de vrijmoedigheid om over hem te profeteren; woorden spreken namens God ter opbouw, bemoediging en vertroosting. Ik sprak de woorden dat God meer voor hem had. Dat Hij een speciaal doel voor hem heeft en God hem daarin zou gaan leiden en richting geven. Ook gaf de Heer mij twee Bijbelteksten voor hem. Psalm 32:8 en Filippenzen 4:19. Psalm 32:8 zocht hij direct op in zijn digitale Bijbel. Het gaf hem blijdschap en zei dat het hem blijer maakte dan veel geld. Ik bevestigde dat Gods woorden veel meer waard zijn dan goud en geld. Gods levende woorden maken je pas echt rijk.
Praten met God: Dank U Heer Jezus, dat U mij helpt om vandaag iemand op te bouwen, te troosten en te bemoedigen. In Jezus naam, amen.